Nieuwe richtlijn pleziervaartuigen 2013/53/EU

Op 18 januari 2017 is de oude richtlijn 94/25/EU (RCD I) komen te vervallen en moet de nieuwe richtlijn gevolgd worden. Dit is de 2013/53/EU (RCD II). Deze richtlijn kunt u hier downloaden.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de oude en de nieuwe richtlijn:
1. Aantoonbaar voldoen aan de laatste normen
Misschien wel de belangrijke verandering binnen de nieuwe richtlijn is, dat de fabrikant er nu voor moet zorgen dat zijn serieproduct altijd voldoet aan de laatste normen. Dit geldt ook voor schepen die al eerder onder de RCD I gecertificeerd zijn. Het kan dus goed zijn dat u een serieschip gecertificeerd heeft in 2014 en deze nog steeds produceert. Hiervan zal dan bijv. de stabiliteit nu opnieuw beoordeeld moeten worden omdat de norm hiervan in 2015 is gewijzigd. Ook andere normen zijn ondertussen vernieuwd en ook hieraan moet het schip dan getoetst worden.
2. Bouwersplaatje
Op het bouwersplaatje moet nu het adres van de fabrikant komen te staan.
3. Zwemtrap
Voorzieningen om weer aan boord te kunnen komen (bijv. een zwemtrap) moeten nu zonder hulp toegankelijk zijn voor iemand in het water. Hier is overigens een nieuwe norm van op komst, die vereist dat de onderste tree van een zwemtrap minimaal 560 mm onder de waterlijn moet komen te zitten.
4. Zicht vanaf de hoofdstuurstand
Het zicht vanaf de hoofdstuurstand is nu ook voor zeiljachten van toepassing. Onder de RCD I was dit alleen voor motorjachten. De norm (ISO 11591) zal hier dan ook aangepast moeten worden om dit duidelijk te maken (is nog in ontwikkeling).
5. Multihulls
Ook multihulls < 12 mtr. moeten nu een ontsnappingsweg hebben wanneer deze zijn omgeslagen.
6. Elektrische aandrijving
In de RCD II staat dat elektrische voortstuwing circuits geen invloed mogen hebben op andere elektrische circuits, op een zodanige wijze dat er één mogelijk niet werkt zoals bedoeld. Voor elektrische aandrijvingen komt er overigens een nieuwe norm (de ISO 16315).
7. Toilet
Een toilet mag nu alleen nog in de vuilwatertank lozen. Dus niet meer via een driewegkraan o.i.d. overboord lozen. De tank moet nog steeds verplicht een dek uitzuig opening hebben, maar mag (optioneel) ook nog wel steeds voorzien zijn van een overboord lozing.
8. Emissie motoren
De uitlaat emissies van motoren is verder aangescherpt in de RCD II. Dit is voornamelijk voor de motorfabrikanten van toepassing. U als boten bouwer moet er op letten om alleen nog motoren te plaatsen die voldoen aan de RCD II (dat moet de motorfabrikant verklaren).
9. Post Construction Assessment (PCA)
De module PCA mag (bij import van buiten Europa) nu alleen nog door “particuliere importeurs” gebruikt worden. Een particuliere importeur is iemand die bijv. in Amerika een boot koopt en deze importeert voor eigen gebruik en die niet op commercieel voordeel uit is. Het is dus niet meer toegestaan om als bedrijf boten te kopen buiten Europa en deze via de PCA procedure in de EU CE goedgekeurd te krijgen.
Ook papierwerk voor een PCA (zoals bijv. de handleiding) mag onder de RCD II niet meer door de notified body zelf gemaakt worden. Dit om de onafhankelijkheid van de notified body te waarborgen.
10. De verantwoordelijkheid van importeurs is aangescherpt
Importeurs mogen alleen schepen op de markt brengen die voldoen aan de RCD II. Zij zijn hier onder de nieuwe richtlijn zelf voor verantwoordelijk. Zij zullen zelf moeten onderzoeken of de fabrikant zijn technische dossier op orde heeft. Ook moeten zij dit technische dossier op verzoek van de autoriteiten kunnen verstrekken (in een taal die de autoriteit gemakkelijk kan begrijpen). Tevens moeten zij een kopie van de verklaring van overeenstemming (van alle door hun geimporteerde schepen) nu zelf minimaal 10 jaar bewaren.
11. Ook de verantwoordelijkheid van een distributeur zijn aangescherpt
Een distributeur moet minimaal controleren of de CE markering is aangebracht (bouwersplaatje/ CIN) en of de papieren kloppen (handleiding, verklaring van overeenstemming etc.). Wanneer hij twijfels heeft moet hij actie ondernemen en mag de verantwoordelijkheid niet naar de importeur of bouwer verschuiven.

Wat moet er gebeuren om aan te tonen dat uw schip voldoet aan de nieuwe richtlijn (2013/53/EU):
1. Nieuw type:
Wanneer het om een nieuw te bouwen schip gaat, welke voor het eerst op de markt gebracht of in gebruik gesteld, veranderd er niet zoveel. U moet gewoon (net als onder de oude richtlijn) aantonen dat het schip voldoet aan de essentiële eisen uit de nieuwe richtlijn en de laatste geharmoniseerde normen. Afhankelijk van de gekozen module moet u hiervoor een notified body inschakelen of kunt u dit in eigen beheer doen.
2. Bestaand type schip (met typekeur):
Wanneer u een type gekeurd schip over een langere tijd bouwt, moet u constand in de gaten houden of er normen wijzigen of niet. Zijn er gewijzigde normen, dan moet u wederom aantonen dat het schip ook aan die gewijzigde normen voldoet. Wanneer het om een type gekeurd jacht gaat welke al onder de RCD I gecertificeerd was, moeten we kijken welke normen sinds de oorspronkelijke certificering zijn aangepast of erbij gekomen. In alle gevallen zal dan het technisch dossier dossier aangepast moeten worden voor de RCDII. Ook de verklaring van overeenstemming moet sowieso aangepast worden. Verder zal het erg afhangen van het jaar waarin het schip oorspronkelijk gecertificeerd is en onder welke module. Mogelijk moeten bepaalde zaken door de notified body opnieuw beoordeeld worden of kan alles in eigen beheer plaatsvinden.
Het is sowieso verstandigst dat u bij aanvang van de bouw van ieder schip contact met ons zoekt om het project door te spreken.